Inspiratieboek ‘spelen in de stad’ i.o.v. Gemeente Amsterdam,
Met socioloog en stedenbouwkundige Karin Peeters (Territoria) en landschapsarchitect/vormgever Anna Fink.
“Wat kan ik hier doen?”  “Gebeurt er iets spannends?” “Zijn er anderen ?”  Met deze drie vragen benadert dit boek het onderwerp Spelen in de stad. Het boek biedt een scala aan kennis over en inspiratie voor aantrekkelijke en vernieuwende speel- en ontmoetingsruimtes in Amsterdam. Elementen voor een stad waar speelmogelijkeden voor jong en oud alom aanwezig zijn. 

Het boek duidt de opgave en de urgentie voor een nieuwe aanpak om spelen in de stad aantrekkelijk te houden. In een verdichtende stad als Amsterdam is de opgave om te zoeken naar overlap van functies, interactie tussen gebruikers en ontwerpen die zijn afgestemd op het gebruik van het kind.  Kinderen groeien anno 2019 anders op dan in het verleden. Meer dan ooit worden kinderen begeleid in de stappen die ze nemen. Daarmee is hun vrije ruimte minimaal geworden. Tegelijk krijgen en vinden kinderen die vrije ruimte steeds meer in de digitale wereld. Daar kunnen ze zelf dingen ontdekken. Ook in de openbare ruimte is het belangrijk dat er ruimte is om te ontdekken – in de ‘echte’ wereld: buiten het schoolplein of de buitenschoolse opvang. Het vraagt een andere aantrekkingskracht, een ander soort programma en een meer integraal ontwerp.

Het boek laat zien dat de crux zit in het investeren in plekken en in ontwerpen die toegankelijk en aantrekkelijk zijn op verschillende manieren. Analyse van een grote hoeveelheid speelplekken bood hierin inzicht:  voor een stad en de levendigheid van speelplekken is het van cruciaal belang is de drie ontwikkelingsgebieden van het kind ( de motorische, cognitieve en sociale ontwikkeling) bij ruimtelijke inrichting gestimuleerd worden, zodat de plekken voldoende variatie en de juiste speelmogelijkheden bieden voor kinderen. Naast ruimtelijke kwaliteit, spreken deze speelplekken al de genoemde drie ontwikkelingsgebieden van kinderen aan. Soms formeel, in een bedachte speelplek. Soms informeel en onverwacht, in de straat of op een plein. Van heel complex tot heel eenvoudig. In hoogstedelijk gebied tot in een rustige woonwijk. Maar altijd in de publieke ruimte, dus voor zowel jong als oud toegankelijk. Het onderzoek toont de succesfactoren van een goede speelplek en laat zien waarom een plek met plezier wordt gebruikt. De voorbeelden tonen welk motorisch, cognitief en sociaal spel er aangeboden wordt en betreffen allemaal bestaande plekken, waardoor er de mogelijkheid is om de projecten met eigen ogen te bekijken. De flap in de omslag van het boek helpt om themagewijs te navigeren en soortgelijke projecten en opgaven snel en makkelijk terug te vinden.

Voor kinderen blijkt het lastig hun voorkeuren voor een speelplek uit te spreken. Ze participeren middels hun spel. Ze doen! Dit boekt volgt daarom ook 11 Amsterdamse kinderen tijdens hun spel. De verslagen van deze wandelingen en de beelden vanuit dit perspectief zetten de lezer letterlijk in de kinderschoenen. Het laat zien wat de essentie van spel is voor kinderen.De analyse van deze wandelingen verbreedt daarmee het scala aan mogelijkheden om ruimten en routes meer aantrekkelijk voor kinderen in te richten.

Aan spel ontwerpen en werken, is meer dan het toepassen van de mooie voorbeelden van elders. Het is meer gelaagd, complexer en het vraagt om een ander perspectief en een andere aanpak. Het boek behelst daarom een nieuwe aanpak om spelen in dichter wordende stad aantrekkelijk te houden, onder andere door een overlap van functies, interactie tussen gebruikers en ontwerpen die zijn afgestemd op het gebruik van het kind: een aantal principes definiëren hoe spel in de toekomst sterker als ontwerpelement in de stedelijke context geïntegreerd kan worden.